
Petit à petit, l'oiseau fait son nid.
vertaling: alle beetjes helpen. Letterlijk: beetje bij beetje bouwt de vogel aan zijn nest
foto: Ooievaarsnesten in Munster, waar we drie dagen kampeerden deze zomer
Heerlijk, het is vakantie! De zomer een paar weken doen wat je maar wil. Wat ik wil is lekker aanrommelen,
natuur om me heen, leuke mensen, nieuwe dingen ontdekken. En lekker weer. Toen ik twee was ging ik
kamperen op Schiermonnikoog, later werd dat vanwege mooier weer kamperen in Frankrijk. Zodra ik zelf
vakantie ging vieren, ging ik met de interrail naar Griekenland, waar we zonder tent op het strand sliepen en
onder de oleanderstruiken. Pas in 1988, ik was inmiddels 27 jaar oud, vloog ik voor het eerst om op vakantie te
gaan. Meteen lekker ver, naar Indonesië. Het land van de familieverhalen en het echte Indische eten. Reizen
rond de evenaar werd bijna een verslaving: we reisden in vakanties naar Kenia, Sumatra, Suriname, Pakistan
en verloren tenslotte ons hart aan Ecuador, het enige land ter wereld dat naar de evenaar genoemd is, waar
we zelfs een jaar lang gingen wonen. Intussen ontdekten we ook de korte vakanties en vlogen we naar New
York, Barcelona, Ierland, Praag en Stockholm.
Tot ons geweten ging spreken, steeds een beetje harder naarmate we meer informatie kregen over het effect
van vliegen. Vervelend, want hoe kan iets wat zo inspirerend, fijn, verrijkend en voedend is, zo slecht zijn voor
de atmosfeer en daarmee voor het klimaat? We namen geen drastisch besluit, maar als vanzelf gingen we het
weer dichterbij huis zoeken: een rondje IJsselmeer fietsen, Terschelling, Berlijn en Praag met de trein, en terug
naar Frankrijk, het vakantieland van mijn jeugd. Op 650 km van Amsterdam kochten we een oude boerederij
met kampeerweiland aan de rivier in het voormalige kasteelstadje Jonvelle. We streken er elf jaar geleden
neer om er een vakantieplek van te maken voor onszelf van iedereen die houdt van pionieren, vuurtjes stoken,
knoeien met modder en ‘la vie en campagne’ . Zo’n vier keer per jaar gaan we erheen, we rijden dus 5200 km
per jaar. Eerst met z’n vieren in de auto, maar nu met twee en altijd met een aanhanger vol spullen en
klusgereedschap. Hmmm. Hoe klimaatvriendelijk is dat?